1Onverminderd het bepaalde in artikel 2 lid 3 wordt de verlaging op de uitkering, als bedoeld in artikel 5 gedurende een maand vastgesteld op:
€ 55,00 bij een gedraging uit categorie 1;
€ 220,00 bij een gedraging uit categorie 2;
de gehele bijstandsnorm, respectievelijk grondslag bij een gedraging uit categorie 3.
2 In afwijking van het gestelde in het eerste lid onder c, wordt de verlaging op de uitkering gedurende maximaal 3 maanden vastgesteld op de gehele bijstandsnorm, respectievelijk grondslag, indien belanghebbende twee maal binnen vijf jaar heeft gefraudeerd met een andere vorm van inkomen dan de uitkering.
3 In afwijking van het gestelde in het eerste lid bedraagt de verlaging niet meer dan het maandbedrag dat voor uitkering in aanmerking komt.
4 Het college kan jaarlijks per 1 januari de bedragen als genoemd in lid 1 aanpassen door middel van indexering. De bedragen na indexering worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 5,00.