Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening Starterslening Veldhoven 2013

Deze verordening is uitsluitend van toepassing op aanvragen om een starterslening: van personen die op het moment van de aanvraag zelfstandig een sociale huurwoning bewonen en deze leeg zullen achterlaten ingeval van koop, of inwonend zijn; en van personen die nooit eerder woningeigenaar zijn geweest; en voor het verwerven van een bestaande woningen in Veldhoven waarvan de kosten voor het verkrijgen in eigendom van de woning niet hoger zijn dan € 209.500,-; of voor het verwerven van een nieuw gebouwde woning in Veldhoven waarvan de kosten voor het verkrijgen in eigendom van de woning niet hoger zijn dan € 209.500, indien de verkoper aan de gemeente een bijdrage voldoet ter hoogte van 50% van de gemiddelde kosten verbonden aan het verstrekken van de starterslening Bij het verstrekken van een lening tot de maximale hoogte als genoemd in artikel 4 lid 3 worden de gemiddelde kosten verbonden aan het verstrekken van de starterslening bepaald op € 2.000 per lening en de bijdrage door de verkoper bepaald op € 1.000 per lening. Bij verstrekking van een lagere lening wordt de bijdrage van de verkopende partij naar rato lager vastgesteld; Het college is bevoegd het in artikel 6 lid 1 onder c sub 3 genoemde bedrag aan te passen indien een wijziging van het bedrag van de gemiddelde kosten daartoe aanleiding geeft; en voor de aankoop van een woning waarvoor niet reeds financiële steun is of wordt ontvangen in de vorm van een constructie van Maatschappelijk Gebonden Eigendom, andere koopinstrumenten en (rente)kortings- of financiële regelingen; en voor het verwerven van een woning waarvan de hoofdsom van de starterslening maximaal 20% van de kosten voor het in eigendom verkrijgen van die woning is. Recreatiewoningen en zogenaamde tweede woningen zijn uitgesloten van deze regeling. Aanvrager moet de woning waarvoor een starterslening wordt verstrekt zelf gaan bewonen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel