Deze verordening is uitsluitend van toepassing op aanvragen om
een starterslening:
van personen die op het moment van de aanvraag
zelfstandig een sociale huurwoning bewonen en deze leeg
zullen achterlaten ingeval van koop, of inwonend zijn;
en
van personen die nooit eerder woningeigenaar zijn
geweest; en
voor het verwerven van een bestaande woningen
in Veldhoven waarvan de kosten voor het verkrijgen
in eigendom van de woning niet hoger zijn dan €
209.500,-; of
voor het verwerven van een nieuw gebouwde woning
in Veldhoven waarvan de kosten voor het verkrijgen
in eigendom van de woning niet hoger zijn dan €
209.500, indien de verkoper aan de gemeente een
bijdrage voldoet ter hoogte van 50% van de
gemiddelde kosten verbonden aan het verstrekken
van de starterslening
Bij het verstrekken van een lening tot de
maximale hoogte als genoemd in artikel 4 lid 3
worden de gemiddelde kosten verbonden aan het
verstrekken van de starterslening bepaald op €
2.000 per lening en de bijdrage door de verkoper
bepaald op € 1.000 per lening. Bij verstrekking
van een lagere lening wordt de bijdrage van de
verkopende partij naar rato lager
vastgesteld;
Het college is bevoegd het in artikel 6 lid 1
onder c sub 3 genoemde bedrag aan te passen indien
een wijziging van het bedrag van de gemiddelde
kosten daartoe aanleiding geeft; en
voor de aankoop van een woning waarvoor niet reeds
financiële steun is of wordt ontvangen in de vorm van
een constructie van Maatschappelijk Gebonden Eigendom,
andere koopinstrumenten en (rente)kortings- of
financiële regelingen; en
voor het verwerven van een woning waarvan de hoofdsom
van de starterslening maximaal 20% van de kosten voor
het in eigendom verkrijgen van die woning is.
Recreatiewoningen en zogenaamde tweede woningen zijn uitgesloten
van deze regeling.
Aanvrager moet de woning waarvoor een starterslening wordt
verstrekt zelf gaan bewonen.