**1..** 1.Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.
**2..** In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan die voorziening worden verbonden.
**3..** De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt per omgaande het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.
**4..** Het niet aanvaarden van een aanbod ontslaat de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 niet van de verplichtingen als benoemd in artikel 7 van de wet. Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod niet aanvaardt, geeft het college een kennisgeving af waarin de termijn zoals bedoeld in artikel 7 van de wet, wordt meegedeeld.
**5..** Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod aanvaardt, neemt het college binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening overeenkomstig het aanbod dat gedaan is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 7
De procedure van het doen van een aanbod
Onderdeel van Verordening Wet inburgering Den Haag 2013