1. Bij de programmabegroting worden onder elk van de programma’s op
productniveau de lasten en baten aangegeven en bij de gemeenterekening
worden onder elk van de programma’s op productniveau de gerealiseerde
lasten en baten weergegeven.
2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting
worden de benodigde investeringskredieten weergegeven, opgedeeld naar
nieuwe c.q. uitbreidingsinvesteringen en vervangingsinvesteringen.
3. In de gemeenterekening wordt van de investeringen de uitputting van
de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de
totale uitgaven weergegeven.
Titeldeel 2
Artikel 4