Naar hoofdinhoud
1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijging- of vervaardigingprijs. 2. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 5. Immateriële vaste activa worden in principe zo snel mogelijk afgeschreven. 6. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 5 jaar afgeschreven. 7. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 8. Op de materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), wordt jaarlijks afgeschreven. Hierbij worden de volgende, maximale, afschrijvingstermijnen in acht genomen: a. 40 jaar: nieuwbouw kantoren, woonruimten, schoolgebouwen en bedrijfsgebouwen; b. 40-60 jaar: rioleringen; c. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop kantoren, woonruimten, schoolgebouwen en bedrijfsgebouwen; d. 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; e. 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair; schoolmeubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen; f. 8 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens; personenauto’s; lichte motorvoertuigen; g. 5 jaar: automatiseringsapparatuur, software en lespakketten voor onderwijsdoeleinden; h. niet: gronden en terreinen; i. in bijzondere gevallen kan van deze afschrijvingstermijnen gemotiveerd bij raadsbesluit worden afgeweken; 9. Activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden onder aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Indien hiervan bij raadsbesluit wordt afgeweken, wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een kortere door de raad aan te geven tijdsduur. 10. Het materiële vaste activum wordt geactiveerd in het jaar van ingebruikname. De afschrijving start met ingang van het daaropvolgende begrotingsjaar.

Rechtspraak bij dit artikel