**1..** Het college kan een voorziening beëindigen indien:
niet voldaan is aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening;
de voorziening is verleend op grond van door betrokkene onjuiste of onvolledig verstrekte inlichtingen;
indien blijkt dat de voorziening niet wordt aangewend voor het doel waarvoor deze is verleend.
**2..** Een verleende voorziening wordt van de gehandicapte teruggevorderd bij de in het eerste lid onder a, b en c bedoelde gevallen, dan wel indien een voorziening is verstrekt waarvan betrokkene redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat deze (deels) ten onrechte is verleend.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 3
Artikel 1.10
Beëindiging en terugvordering
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2006