Het college weigert de gevraagde voorziening in ieder geval indien:
de aanvrager niet behoort tot de doelgroep van de Wet;
niet voldaan wordt aan de in deze verordening genoemde voorwaarden;
de gevraagde voorziening naar het oordeel van het college niet medisch noodzakelijk is;
de gehandicapte de voorziening reeds heeft gerealiseerd voordat een besluit is genomen op de aanvraag en indien niet meer kan worden achterhaald of een voorziening noodzakelijk, adequaat en passend is;
een voorziening als waarop de aanvraag betrekking heeft, reeds eerder krachtens deze verordening is vergoed of verstrekt en de normale afschrijvingsduur voor die voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan als gevolg van feiten of omstandigheden die niet aan de gehandicapte zijn toe te rekenen.
Indien in de persoon gelegen factoren een adequaat en verantwoord gebruik van een voorziening belemmeren.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 3
Artikel 1.8
Gronden voor weigering
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2006