**1..** Het college verstrekt slechts een woonvoorziening indien de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen.
**2..** Het college verstrekt geen woonvoorziening zoals genoemd in artikel 2.1 sub b en c waarvan de kosten gelijk zijn of meer bedragen dan het in artikel 5 lid 1 sub a van de Wet genoemd bedrag, tenzij weigering van die voorziening zou leiden tot onbillijkheden van zwaarwegende aard.
**3..** In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een voorziening worden verstrekt voor het aanpassen van één woonruimte indien de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-inrichting en regelmatig deze woonruimte bezoekt. Tevens dient de gemeente waar de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft te verklaren, dat haar niet bekend is dat reeds eerder een woonruimte bezoekbaar gemaakt is. De voorziening betreft slechts een tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar maken van de woonruimte. Hieronder wordt verstaan dat de gehandicapte een adequate toiletvoorziening, slaapvoorziening en verblijfsruimte (woonkamer) kan bereiken. De gemeente waar de aan te passen woning zich bevindt draagt zorg voor de verstrekking.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.7
Voorwaarden voor het verstrekken van een woonvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2006