Aan de ambtenaar die buiten de werktijdenregeling als bedoeld in artikel 4:1 en 4:2 CAR-UWO ingevolgeeen schriftelijke aanwijzing op grond van een rooster verplicht is zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar enbeschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten wordt een vergoeding toegekend.
De vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid bedraagt 16 % van het uurloon van de betreffende ambtenaar voor zover deze uren vallen op zon- en feestdagen en 10 % van het uurloon voor alle overige dagen. De vergoeding wordt in de vorm van een maandelijkse toelage uitbetaald (zie toelichting voor de berekeningswijze).
Het uurloon zoals genoemd in het tweede lid is gemaximeerd tot salarisschaal 9.
Voor de ambtenaar die buiten de werktijdenregeling als bedoeld in artikel 4:1 en 4:2 CAR-UWO ingevolge een schriftelijke aanwijzing op grond van een rooster verplicht is zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten wordt een vergoeding toegekend.
Deze vergoeding bedraagt 10 % van het uurloon de betreffende ambtenaar voor zover deze uren vallen op zon- en feestdagen en 5 % van het uurloon voor alle overige dagen. De vergoeding wordt in de vorm van een maandelijkse toelage uitbetaald.
Het uurloon zoals genoemd in het vijfde lid is gemaximeerd tot salarisschaal 7.
Voor ambtenaren die werkzaam zijn bij de buitendienst wordt de in het eerste lid genoemde toelage toegekend conform de in de bijlage A vastgestelde Consignatieregeling.
Toelage bezwarende werkomstandigheden