De houder van een peuterspeelzaal organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige wijze, dat de beroepskracht, de beroepskracht in opleiding of de vrijwilliger de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.
HOOFDSTUK 2
Artikel 7
Vierogenprincipe
Onderdeel van VERORDENING nadere kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Den Haag 2013