**1..** De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal, als bedoeld in artikel 9, vast in een inspectierapport.
**2..** Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij deze verordening gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
**3..** Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarop zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.
**4..** De toezichthouder zendt het inspectierapport na het te hebben vastgesteld onverwijld aan de houder, die dit zo spoedig mogelijk na ontvangst op een website plaatst, zodanig dat het rapport voor ouders en personeel gemakkelijk vindbaar is, dan wel, indien de houder geen eigen website heeft, ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
**5..** De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar.
**6..** De toezichthouder zendt onverwijld een afschrift van het inspectierapport aan het college van burgemeester en wethouders.
HOOFDSTUK 3
Artikel 10
Vastleggen onderzoeksresultaten
Onderdeel van VERORDENING nadere kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Den Haag 2013