Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura of
persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming.
Het college legt in de nadere regels vast in welke situaties de keuze tussen deze voorzieningen wordtgeboden.
De belanghebbende heeft de vrijheid tussen de verschillende door het college aangeboden verstrekkingsvormen te kiezen.
Het college stelt in de nadere regels de hoogte van de PGB-tarieven vast.
De PGB-tarieven als bedoeld in het vorige lid, dienen het mogelijk te maken om de benodigde noodzakelijke omvang van de individuele voorziening in te kopen.
Het college dient bij de vaststelling van de hoogte van de PGB-tarieven uit te gaan van criteria als minimumloon en het van toepassing zijnde Cao-loon, de hoogte van de tarieven van gecontracteerde aanbieders en de wijze van inkoop.
Hoofdstuk
Artikel 5.1
Verstrekkingsvormen van individuele voorzieningen
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING HELMOND 2013