Bij een aanvraag voor een grondslag- of waarderingssubsidie dient de aanvrager gebruik te maken van het door het college vastgestelde aanvraagformulier voor grondslag- en waarderingssubsidie.
Bij een aanvraag voor een prestatie- of projectsubsidie dient de aanvrager gebruik te maken van het door het college vastgestelde aanvraagformulier voor prestatie- en projectsubsidie en overlegt de aanvrager de volgende gegevens;
een activiteitenplan als bedoeld bij artikel 1. sub g;
een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.
Indien een aanvrager van een prestatiesubsidie bestemmingsreserves of voorzieningen wil vormen of in stand wil houden, dient de aanvrager hiertoe bij de subsidieaanvraag een vermogensplan in. In dat plan staat minimaal opgenomen:
welke bestemmingsreserves / voorzieningen, met welke oogmerken, gevormd zijn of gevormd worden;
de gewenste maximale omvang per bestemmingsreserve / voorziening;
de verwachte storting in en/of onttrekking uit iedere bestemmingsreserve / voorziening. Het college kan daarnaast aanvullende gegevens verlangen. Het vermogensplan wordt al dan niet geaccepteerd door het college.
Een organisatie kan alleen een algemene en/of bestemmingsreserve vormen of voeden met gemeentelijke subsidiegelden wanneer er sprake is van een positief jaarresultaat, voor zover dat niet wordt veroorzaakt door het niet of slechts gedeeltelijk uitvoeren van activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.
Het college kan modellen dan wel richtlijnen vaststellen voor de stukken die bij de aanvraag moeten worden ingediend.
Hoofdstuk
Artikel 6
Bij de aanvraag in te dienen gegevens
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Leusden 2011