Het college hanteert het uitgangspunt dat ten onrechte ontvangen tegemoetkomingen voor
leerlingenvervoer altijd van de ouder worden teruggevorderd tenzij:
1. er sprake is van dringende redenen om van terugvordering af te zien;
ad. 1. Er kan slechts sprake zijn van dringende redenen bij zeer bijzondere individuele
omstandigheden.
ad. 2. Hier gaat het alleen om de vordering die verband houdt met ten onrechte ontvangen
tegemoetkoming leerlingenvervoer.