In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Aansluitleiding:
Het particulier riool, de ontstoppingsput en de perceelaansluitleiding tezamen.
b.Aansluithoogte:
Hoogte van het aansluitpunt ten opzichte van het maaiveld.
c.Aansluitpunt:
1.Bij gemengde en gescheiden rioolstelsels het punt, waar de perceelaansluitleiding is aangesloten op de ontstoppingsput. Uitzondering zijn buizen met een andere diameter dan ø125 of ø160 voor hemelwaterafvoer. Het aansluitpunt bij deze buizen wordt gevormd door het punt gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten.
2.Bij een drukriool het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput.
d.Afvalwater:
Al het water afkomstig van een perceel, met uitzondering van niet verontreinigd hemelwater, bronneringswater en drainagewater (onder verontreinigd hemelwater wordt bijvoorbeeld water in een laadkuil verstaan).
e.Amvb:
Algemene maatregel van bestuur: een koninklijk besluit waarin algemene regels ter nadere uitwerking van een wet zijn opgenomen; vastgesteld door de Kroon, op een wet gebaseerd.
f.Bronneringswater:
Grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de
grondwaterstand.
g.Drainagewater:
Permanent af te voeren grondwater, ingezameld door een ingegraven waterdoorlatend leidingsysteem.
h.Drainagestelsel:
Gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor de afvoer van overtollig grondwater.
i.Drukriool:
Het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk.
j.Gebruiker:
De perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het perceel of de huurder van het perceel die gebruik maakt van de aansluiting op het openbaar riool.
k.Gemeente:
De gemeente Veenendaal.
l.Gemengd stelsel:
Het openbaar riool voor de gezamenlijke afvoer van afvalwater en hemelwater.
m.Gescheiden stelsel:
Het openbaar riool voor de gescheiden afvoer van afvalwater en hemelwater.
n.Hemelwaterriool:
Het gedeelte van het openbaar riool bestemd voor de afvoer van hemelwater.
o.Inrichting:
Elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.
p.Ontstoppingsput:
Een door de gemeente ter hoogte van de erfgrens op particulier terrein te plaatsen put in de aansluitleiding, waarin de werking van de rioolaansluiting onderzocht kan worden.
q.Openbaar riool:
Het gedeelte van het riool dat bij de gemeente in eigendom en beheer is en dat wordt gebruikt voor inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en/of drainagewater, met inbegrip van de daartoe behorende putten, rioolgemalen, persleidingen en werken en installaties van overeenkomstige aard.
r.Particulier riool:
De rioolleidingen binnens- en buitenshuis binnen de kadastrale grenzen van het perceel waarop de aan te sluiten woning of inrichting staat. Het betreft de leidingen en alle bijbehorende voorzieningen - zoals een ontstoppingsput - tot aan het aansluitpunt.
s.Perceelaansluit-leiding:
Het riool en de voorzieningen die daarvan deel uit maken, tussen het openbaar riool en het aansluitpunt. De perceelaansluitleiding wordt ook wel “uitlegger” genoemd.
t.Rechthebbende:
1.De eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden.
2.De rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder 1. bedoelde personen.
u.Verkeerde aansluiting:
Aansluiting waarbij – in de situatie van een gescheiden stelsel – het particulier riool niet is aangesloten op de corresponderende perceelaansluitleiding. Bijvoorbeeld een particulier riool voor afvalwater dat is aangesloten op de perceelaansluitleiding voor hemelwater.
v.Vuilwaterriool:
Het gedeelte van het openbaar riool bestemd voor de afvoer van afvalwater.
Afdeling I
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening Aansluitvoorwaarden riolering gemeente Veenendaal 2006