1.Onverminderd artikel 2, tweede lid, van deze verordeningwordt de maatregel vastgesteld op:
a.10 procent van de bijstandsnorm, gedurende een maand, bij gedragingen van de eerste categorie;
b.20 procent van de bijstandsnorm, gedurende een maand, bij gedragingen van de tweede categorie;
c. 40 procent van de bijstandsnorm, gedurende een maand, bij gedragingen van de derde categorie;
d.100procent van de bijstandsnorm bij gedragingen, gedurende een maand, van de vierde categorie.
De hoogte of duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging op grond van artikel 9, 12, 12a of 13 van deze verordening van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van deze verordening of indien volstaan is met een schriftelijke waarschuwing.
Van het opleggen van een maatregel kan, in afwijking van artikel 2, lid 1, van deze verordening worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, bij gedragingen van de eerste categorie, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twaalfmaanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 11
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van HANDHAVINGS- EN AFSTEMMINGSVERORDENING WWB/BBZ/IOAW/IOAZ 2013 GEMEENTE KAPELLE