Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Subsidieverordening cultureel erfgoed 2008

In deze verordening wordt verstaan onder: gemeentelijk monument: een beschermd gemeentelijk monument waarvan het besluit tot aanwijzing, zoals bedoeld in artikel 3 van de ‘Erfgoedverordening Terneuzen 2008’, onherroepelijk is geworden. rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers. eigenaar: degene die volgens de kadastrale registratie eigenaar van een gemeentelijk of rijksmonument is, alsook: degene die het recht van erfpacht heeft; de houder van het recht van opstal; de eigenaar van een appartementsrecht; degene aan wie door een rechtspersoon een deelneming- of lidmaatschapsrecht op gebruik van een woning is verleend; een toekomstig eigenaar die in het bezit is van een voorlopig koopcontract. instandhoudingwerkzaamheden: de noodzakelijke restauratie- en/of onderhoudswerkzaamheden, niet zijnde reguliere onderhoudswerkzaamheden, aan onderdelen van het bescherm monument die nodig zijn om de monumentale waarde in stand te houden. reguliere onderhoudswerkzaamheden: onderhoudswerkzaamheden die op gezette tijden dienen te worden uitgevoerd om een object in goede staat te houden. monumentale waarde van een beschermd gemeentelijk monument: de monumentale waarde van een beschermd monument wordt bepaald door de onderdelen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders van belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden, zoals omschreven in het register van gemeentelijke monumenten. Indien uit het register blijkt , dat een beschermd monument uitsluitend beschermd is vanwege één of meer met name genoemde onderdelen, dan wordt de monumentale waarde uitsluitend door die onderdelen bepaald. subsidiabele instandhoudingkosten: de kosten van instandhoudingwerkzaamheden, die moeten worden verricht om de monumentale waarde van een beschermd gemeentelijk monument in stand te houden en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn. Als de eigenaar zelf werkzaamheden ten behoeve van de instandhouding van zijn monument verricht zijn alleen de materiaalkosten subsidiabel. De loonkosten zijn wel subsidiabel als hij de werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming, die ervaring heeft met de uitvoering van de noodzakelijk geachte activiteiten. monumentencommissie: de door het college ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Erfgoedverordening Terneuzen 2008 en het monumentenbeleid. uitvoeringsvoorschriften: standaardvoorschriften voor uitvoeringswerken aan historische bouw- en afwerkingsconstructies van beschermde monumenten. kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst. onderhoudskosten kerkelijke monumenten: de door Gedeputeerde Staten van Zeeland en/of de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen subsidiabel verklaarde onderhoudskosten. een in bedrijf zijnde molen: een molen, welke op geregelde tijden in gebruik is. een niet in bedrijf zijnde molen: een molen welke niet meer in gebruik is. onderhoudskosten molens: de door Gedeputeerde Staten van Zeeland en/of de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen subsidiabel verklaarde onderhoudskosten. monumentenwacht Zeeland: organisatie met als doel het voorkomen van verval van cultuurhistorische bouwwerken in de provincie Zeeland door het nemen en bevorderen van preventieve onderhoudsmaatregelen, o.a. door middel van bouwkundige inspecties.

Rechtspraak bij dit artikel