Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Subsidieverplichtingen

Onderdeel van Subsidieverordening cultureel erfgoed 2008

1.. De subsidie voor de instandhoudingwerkzaamheden wordt verleend onder oplegging van de verplichting dat: Binnen 26 weken na het besluit tot verlening van subsidie met de werkzaamheden wordt begonnen. In bijzondere situaties kan deze termijn met 13 weken worden verlengd. De start van de werkzaamheden tenminste één week van tevoren schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders wordt gemeld; De schriftelijke gereedmelding van de werkzaamheden bij het college van burgemeester en wethouders uiterlijk anderhalf jaar na subsidieverlening moet zijn ingediend. De ontvanger van de subsidie is gehouden de nodige inspanningen te leveren om het monument in een goede staat (van onderhoud) te houden, bijvoorbeeld door daartoe regulier onderhoud te plegen. 2.. Het college van burgemeester en wethouders kan aan de subsidieverlening nog andere verplichting verbinden, onder meer met betrekking tot de verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel