Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Verbodsbepalingen

Onderdeel van Parkeerverordening gemeente Veenendaal 2010

1.. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats, een parkeerapparatuurplaats of een autodateplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: zonder geldige parkeervergunning; zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de voor dat motorvoertuig afgegeven parkeervergunning; in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften. 2.. Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. 3.. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan: op een parkeerapparatuurplaats; op een belanghebbendenplaats. 4.. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd. 5.. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en het derde lid. 6.. Het parkeren van de volgende motorvoertuigen wordt niet gereguleerd en heeft derhalve ontheffing van het bepaalde in het eerste en het derde lid: motorvoertuig van een gehandicapte, voor zover deze beschikt over een duidelijk zichtbaar aangebrachte geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart, als zodanig herkenbare politievoertuigen als zodanig herkenbare brandweervoertuigen als zodanig herkenbare ambulances als zodanig herkenbare dierenambulances als zodanig herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Veenendaal.

Rechtspraak bij dit artikel