Het college voegt 2,2% onder de in lid 2 genoemde voorwaarde als bron toe aan het IKB.
Als wijzigingen van de CAR-UWO leiden tot strijdigheid of tot niet beoogde financiële effecten voor het college, vervalt de toekenning van de in lid 1 genoemde bron op het moment van inwerkingtreding van die wijziging.
Over dit deel van het IKB wordt geen pensioen opgebouwd.
Het bepaalde in artikel 3:28, lid 1, 4 en 5 is van overeenkomstige toepassing.