In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, van artikel 3:4 wordt 1 januari als vaste periodiek-datum vastgesteld op voorwaarde dat er minimaal twaalf maanden zijn verstreken sinds zijn aanstelling of promotie. Als dit niet het geval is wordt de periodiek pas per 1 januari van het jaar daarna toegekend.
Met inachtneming van het tweede lid van artikel 3:4 wordt de periodieke salarisverhoging alleen toegekend als een medewerker voldoende of hoger functioneert, blijkend uit een vastgestelde beoordeling gevoerd in het kalenderjaar voorafgaand aan de verhogingsdatum als genoemd in het vorige lid.
De extra periodieke salarisverhoging binnen zijn functieschaal kan aan de ambtenaar worden toegekend bij goed functioneren, blijkend uit een vastgestelde beoordeling, en hij het maximum van zijn functieschaal nog niet heeft bereikt.