Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 17

Voorschriften met betrekking tot de verantwoording van subsidies

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Leusden 2013

1. De subsidieontvanger is verplicht voor 1 mei na afloop van de subsidieperiode een schriftelijke verantwoording over de besteding van de subsidie in te dienen middels het daarvoor bestemde verantwoordingsformulier. 2. Het college kan van de termijn in lid 1 afwijken, door in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn op te nemen of door in uitzonderlijke gevallen de subsidieontvanger op aanvraag uitstel te verlenen. 3. Het college kan de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van een verantwoording. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan een keer per jaar gevraagd. 4. De verantwoording bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag over de periode waarover subsidie werd ontvangen. a) Het financieel verslag voldoet aan de eisen die artikel 4:76 en 4:77 van de Algemene wet bestuursrecht daaraan stellen. b) Het activiteitenverslag geeft aan of de gesubsidieerde activiteiten hebben plaatsgevonden en/of de prestaties zijn geleverd overeenkomstig de beschikking tot subsidieverstrekking dan wel de uitvoeringsovereenkomst. c) De subsidieontvanger dient afwijkingen van de overeengekomen activiteiten en/of prestaties, zowel in omvang als in kwaliteit, te verklaren en toe te lichten. 5. De ontvanger van een subsidie van € 50.000,- of meer is verplicht bij de verantwoording een schriftelijke, onafhankelijke accountantsverklaring te overleggen aan het college, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 6. De ontvanger van een subsidie tot € 50.000,- is verplicht bij de verantwoording een schriftelijke verklaring te overleggen van een van het bestuur van de instelling onafhankelijke partij, bijvoorbeeld een kascommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel