Naar hoofdinhoud
Lid 1 Indien binnen één jaar na het besluit tot opleggen van een maatregel ten gevolge van een eerdere verwijtbare gedraging opnieuw sprake is van een vergelijkbare of ernstiger verwijtbare gedraging, wordt herhaalde verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van het standaardbedrag. Lid 2 Bij zeer ernstige misdragingen of een gedraging uit de vierde categorie (artikel 7 lid 4) kan een maatregel opgelegd worden in de vorm van één maand lang een verlaging van 100%. Indien betrokkene zich binnen een jaar na een besluit tot een 100% maatregel van één maand ten gevolge van een verwijtbare gedraging schuldig maakt aan een vergelijkbare of ernstiger gedraging wordt de periode van één maand verdubbeld. Artikelen 11, 12 en 13 Omdat het tonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid een breed begrip is waaronder allerlei gedragingen kunnen vallen, wordt het college verplicht om in de maatregelverordening zoveel mogelijk specifieke gedragingen te benoemen. Anders kan er immers geen maatregel aan gehangen worden. Met deze artikelen wordt aan deze specificeringsplicht tegemoet gekomen. Overigens is het onmogelijk om alle gedragingen die vallen onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid te benoemen en zal bij niet benoemde gedragingen in dit kader maatwerk moeten worden geleverd. Het onverantwoord interen op het vermogen geldt niet voor de IOAW/IOAZ omdat deze regelingen beperktere vermogenscriteria kennen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel