Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemene Bepalingen

Onderdeel van Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Lingewaard 2013

1.. Het college legt een maatregel op als een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan, dan wel de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de IOAW/IOAZ en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, met uitzondering van de inlichtingenplicht in artikel 17 eerste lid van de wet, artikel 13 eerste lid IOAW/IOAZ en artikel 30c tweede en derde lid Wet Suwi, dan wel de verplichtingen, die in de beschikking tot toekenning of voortzetting van de bijstand zijn opgenomen niet, of onvoldoende nakomt en wanneer een belanghebbende zich jegens het college ernstig misdraagt. 2.. Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert. 3.. Indien een gedraging van een belanghebbende leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid de bijstand/uitkering te verlagen dan wel boete op te leggen en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten. 4.. a. De maatregel wordt toegepast op de bijstandsnorm c.q. uitkeringsnorm. In afwijking van het onderdeel a kan de maatregel ook worden toegepast op de bijzondere bijstand, met dien verstande dat de verlaging niet meer kan bedragen dan de bijstand waarop belanghebbende recht zou hebben gehad indien er geen grond voor verlaging van de bijzondere bijstand zou zijn geweest. 5.. In het besluit tot het opleggen van een maatregel wordt in ieder geval vermeld: de reden van de maatregel; de duur van de maatregel; het bedrag waarmee de bijstand wordt verlaagd en indien van toepassing, de reden om af te wijken van een standaardmaatregel. 6.. Een maatregel die voor een periode van langer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt telkens tegen het einde van een tijdvak van drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd, heroverwogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel