De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en dientengevolge de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen, wordt verhoogd met een toeslag ter hoogte van 20% van de gehuwdennorm, behoudens het bepaalde in artikel 7, lid 1, en artikel 8 van deze verordening.