Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7.

Artikel 15.

Verantwoording subsidies

Onderdeel van Subsidieverordening welzijn 2014

1.. De subsidieontvanger dient een aanvraag tot vaststelling in bij het college: bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 5 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2.. De aanvraag tot vaststelling bevat: een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; een accountantsverklaring. 3.. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.

Rechtspraak bij dit artikel