Zowel tijdens het jaar als bij het opmaken van de rekening wordt
jaarlijks beoordeeld in hoeverre er sprake is van oninbare
vorderingen. Indien dit het geval is, boekt de gemeente de
oninbare component rechtstreeks ten laste van de voorziening
“Dubieuze debiteuren”.
De voorziening wordt gevoed uit de exploitatie en betreft het
verschil tussen de gewenste omvang en de werkelijke omvang van
de voorziening.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10