De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
raadsperiode een programmaplan voor de komende raadsperiode
vast.
De raad steltbij de begrotingsbehandeling per
programma vast:
de beoogde resultaten;
de activiteiten om de resultaten te bereiken;
de baten en lasten.
Het college kan per programma indicatoren voorstellen met
betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de
activiteiten om deze effecten te bereiken.
De raad stelt de indicatoren per collegeperiode, bedoeld in het
vierde lid, vast.
In de programmaverantwoording legt het college verantwoording af
over de uitvoering van de programma’s. Hierbij geeft het college
aan:
a. de actuele ontwikkelingen en de uitwerking daarvan in
resultaten;
b. de mate waarin de resultaten zijn gerealiseerd;
c. welke activiteiten hiertoe zijn verricht;
d. de gerealiseerde baten en lasten;
De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
bijstelling behoeven.
Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
gegevens over de maatschappelijke effecten en de hiervoor
verrichte activiteiten, zodat de doelmatigheid en
doeltreffendheid van het door de raad vastgestelde beleid kunnen
worden getoetst.
Hoofdstuk 2
Artikel 2