In deze verordening wordt verstaan onder:
a.beeldende kunst:
ieder proces of product waarbij een beeldend kunstenaar
is betrokken;
b.bouwkosten:
de aannemingssom bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van
de ‘Uniforme Administratieve Voorwaarden voor uitvoering
van werken 1989 (UAV 1989)’, voor het uit te voeren
project (= bouwwerk 1.c., gebouw 1.f. of werk 1.j.),
exclusief omzetbelasting, of voor zover deze ontbreekt
een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting,
bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals
dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd;
c.bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen,
metaal of ander materiaal, die op de plaats van
bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond
verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in
of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
functioneren;
d.exploitatielasten:
kosten voor het beheren van een gebouw;
e.gebouw:
bouwwerk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel
c van de Woningwet;
f.kunstopdracht:
een door het college verstrekte opdracht aan één of meer
beeldende kunstenaars tot het vervaardigen of ontwerpen
van een kunstwerk;
g.kunstwerk:
voortbrengsel van beeldende kunst of een bijdrage aan
beeldende vormgeving;
h.reserve:
in de gemeentebegroting opgenomen reserve voor
uitvoering van deze verordening, genaamd de
bestemmingsreserve grootschalig onderhoud van
kunstwerken in de openbare ruimte;
i.werk:
een infrastructurele voorziening, geen bouwwerk of
gebouw zijnde;
j.werkgroep kunst:
deze wordt door de projectgroep van het betreffende
bouwproject benoemd en bestaat uit minimaal 3 personen
waaronder één onafhankelijke deskundige op het gebied
van kunst en cultuur.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening percentageregeling beeldende kunst gemeente Veenendaal