**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene die zich gedraagt in strijd met de artikelen 2:74 tot en
met 2:74c een verbod opleggen om zich gedurende een in dat
verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen te
bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de
nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad
(verblijfsontzegging).
**2..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
is opgelegd en ten aanzien van wie binnen een jaar na het
opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat hij zich
opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid genoemde
artikelen, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat
verbod genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te bevinden op
in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid
waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.
**3..** De burgemeester beperkt het in het eerste en tweede lid genoemde
verbod, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden
van betrokkene noodzakelijk is.
**4..** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het eerste en tweede
lid.
**5..** Het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel is
eveneens van toepassing op overtredingen van artikel 184 van het
Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 3 van de
Opiumwet.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 14.
Artikel 2:74d
Verblijfsontzegging/gebiedsverbod in verband met drugs
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Halderberge 2013