**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene die zich gedraagt in strijd met de artikelen 2:1, 2:47 en
2:48 een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod
genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen te bevinden op in
dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan
de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad
(verblijfsontzegging).
**2..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
is opgelegd en ten aanzien van wie binnen een jaar na het
opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat hij zich
opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid genoemde
artikelen, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat
verbod genoemd tijdvak van ten hoogste vier weken te bevinden op
in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid
waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.
**3..** De burgemeester beperkt het in het eerste en tweede lid genoemde
verbod, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden
van betrokkene noodzakelijk is.
**4..** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het eerste en tweede
lid.
**5..** Het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel is
eveneens van toepassing op overtredingen op grond van de
artikelen 141, 267, 300 tot en met 306, 311, 350, 426 en 453 van
het Wetboek van Strafrecht.
Hoofdstuk 2. › AFDELING 16
Artikel 2:78
Verblijfsontzegging / gebiedsverbod in verband met orde en veiligheid
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Halderberge 2013