1. Aan de exploitant of beheerder van een op de datum van de
aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:40b in bedrijf
zijnde inrichting wordt geacht een tijdelijke vergunning voor die
inrichting te zijn afgegeven voor de duur van zes maanden.
2. Wordt door de exploitant of beheerder van een inrichting als
bedoeld in het eerste lid binnen een termijn van zes maanden na de
aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:40b de ingevolge
artikel 2:40c vereiste vergunning aangevraagd, dan wordt de
tijdelijke vergunning als bedoeld in het eerste lid geacht te zijn
verlengd tot het tijdstip waarop door het bevoegd orgaan op de
aanvraag is beslist.
Hoofdstuk 2.
Artikel Artikel 2:40i Overgangsbepaling
Artikel Artikel 2:40i Overgangsbepaling
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Halderberge 2013