De aanvraag om een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang wordt ingediend bij het college.
Voordat het college beslist op de aanvraag wordt eerst beoordeeld in hoeverre het eigen netwerk en de eigen omgeving van de aanvrager, of voorliggende voorzieningen, kunnen bijdragen aan de opvang van het(de) kind(eren).
De aanvrager verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens en inlichtingen van hem/haar en zijn/haar partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van belang zijn.
Inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming worden, onmiddellijk na het bekend worden daarvan, door de ouder verstrekt aan het college.
Indien de aanvraag betrekking heeft op kinderopvang in verband met een Sociaal Medische Indicatie, op grond van artikel 1.6 lid 1 onder k of l, kan door het college een indicatie gevraagd worden aan een onafhankelijke organisatie met de benodigde expertise.
De indicatie, zoals bedoeld in het vorige lid, heeft een geldigheidsduur van maximaal 12 maanden en beschrijft de minimale hoeveelheid uren kinderopvang die noodzakelijk is om de beperkingen op te heffen.