**1..** Gedurende de zoekperiode onvoldoende activiteiten of
inspanningen plegen om algemeengeaccepteerde arbeid te
vinden.
Het onvoldoende meewerken aan het opstellen van het plan van
aanpak met betrekking tot de arbeidsinschakeling in het
kader van de gemeentelijke ondersteuning.
Het niet dan wel onvoldoende meewerken aan het onderzoek
naar de mogelijkheden tot scholing, arbeidsinschakeling dan
wel maatschappelijke participatie.
Het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling
van medische aard.
Het niet dan wel onvoldoende gebruik maken van een door het
college aangeboden participatie-instrument, voor zover dit
niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot
voortijdige beëindiging van het participatietraject.
Het niet naar vermogen door het college opgedragen
onbeloonde maatschappelijke nuttigewerkzaamheden te
verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op
reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de
arbeidsmarkt.
Het blijk geven van tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid voor de voorziening in hetbestaan door
vermogen op onverantwoord snelle wijze in te teren.
**2..** Het percentage van de standaard verlaging bedraagt 30% van de
bijstandsnorm.