Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft getoond, zoals bedoeld in artikel 18 lid 2 WWB, anders dan het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid of werk als zelfstandige, als bedoeld in artikel 6 lid 3 onderdeel b van deze verordening, wordt de bijstand verlaagd:
met 100% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één maand, indien belanghebbende verwijtbaar geen of geen volledig recht heeft op een uitkering krachtens een sociale verzekering of daarmee naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering, dan wel het verwijtbaar verliezen van een zodanig recht;
met 100% van de bijstandsnorm of grondslag, gedurende de periode dat belanghebbende een beroep doet bijstand als gevolg van boetewaardige gedragingen;
met 100% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende de periode dat belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen indien belanghebbende op verantwoordelijke wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijze kon beschikken zou hebben aangewend.
Als de gevestigde zelfstandige voorafgaand aan de aanvraag Bbz 2004 tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, wordt als maatregel artikel 21, eerste en tweede lid Bbz 2004 niet toegepast (kapitaal- en rentereductie).
Hoofdstuk 3.
Artikel 8.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Uitkeringen 2013 Barendrecht-AR