De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 eerste lid, van de
tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het
belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, eerste lid,
van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten
van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar,
na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld
in hoofdstuk 1, eerste lid van de tarieventabel als er in dat
jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing
minder bedraagt dan € 10,00.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
Belastingbedragen als bedoeld in hoofdstuk 1 eerste lid van de
tarieventabel van minder dan€ 10,00 worden niet geheven. Voor de
toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één
belastingbedrag.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, tweede, derde, vierde en vijfde
lid en de belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is
verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van (Gewijzigde) verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2011