De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond
zich niet van uitwerpselen ontdoet:
op de weg of een gedeelte van de weg dat bestemd of mede bestemd is voor
het verkeer van voetgangers;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of plantsoen;
op een andere door het college aangewezen plaats;
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid,
onder a niet geldt.
De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod
wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat
de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10
Artikel 2:55
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013