Indien een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere
wijze tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond
waarop de houtopstand zich bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot
het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten
overeenkomstig de door het college gegeven aanwijzingen binnen een gestelde
termijn.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij
worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze
niet-gedijende beplanting moet worden vervangen.
Indien een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan
de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevindt dan wel
aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen en
binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
bedreiging wordt weggenomen.
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid
is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4:14
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013