Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Artikel 8 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013

1.. Indien een belanghebbende een beroep doet op uitkering op grond van de WWB wegens het verliezen van het recht op een voorliggende voorziening, wordt een verlaging opgelegd van 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand. 2.. Indien een belanghebbende een beroep doet op uitkering op grond van de WWB omdat zijn recht op een toereikend geachte voorliggende voorziening wordt verrekend met een hem opgelegde boete, wordt een verlaging opgelegd van 50% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden. 3.. Indien een belanghebbende een beroep doet op uitkering op grond van de WWB omdat hij onverantwoord snel zijn vermogen heeft ingeteerd, wordt de duur en hoogte van de verlaging afgestemd op de hoogte van het te snel ingeteerde vermogen. 4.. In een situatie als bedoeld in artikel 20 eerste lid onderdeel a en b van de IOAW of artikel 20 tweede lid onderdeel a en b van de IOAZ, wordt de afstemming vastgesteld op: een blijvende weigering van uitkering zover het verloren of niet behouden inkomen meer bedraagt dan de uitkeringsnorm per maand; een blijvende verlaging van het deel van de uitkering wat gelijk is aan het verloren of niet behouden inkomen zover dit minder bedraagt dan de uitkeringsnorm per maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel