**1..** aan boord van een schip werkzaamheden te verrichten of te doen
verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid, de
aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip
of het voorwerp, tenzij:
het schip ligplaats heeft op of bij een scheepswerf of
herstellingsinrichting aan welke een vergunning krachtens de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;
of
het schip geen ligplaats heeft op of bij een scheepswerf of
herstellingsinrichting waarvoor een vergunning krachtens de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is
verleend; en
1°. per scheepsbezoek aan de haven de te verrichten
werkzaamheden ten hoogste drie dagen in beslag
nemen;
2°. er door de werkzaamheden geen gevaar, schade of
hinder kan ontstaan. Dit betekent onder meer
dat:
voor zover de werkzaamheden plaatsvinden op of
aan een schip gelegen in een oliehavengebied, het
geen werkzaamheden betreft ten gevolge waarvan
vonkvorming naar de buitenlucht optreedt of kan
optreden dan wel het geen werkzaamheden betreft
die betrekking hebben op de
bedrijfsgereedheid;
de werkzaamheden ten minste 25 meter
verwijderd zijn van gevaarlijke stoffen of
brandbaar materiaal;
3°. voor zover de werkzaamheden plaatsvinden op een
tankschip of aan of in een brandstoftank van een
schip, er voor de reparatiewerkzaamheden door een
gasdeskundige een Veiligheids- en
Gezondheidsverklaring als bedoeld in de
Arbeidsomstandighedenregeling is afgegeven voor de
uit te voerenwerkzaamheden;
4°. doelmatige brandblusmiddelen en personen die met
het gebruik van die middelen bekend zijn beschikbaar
zijn.
**2..** Het is voor een ieder verboden om aan, buitenboord of onder een
schip of aan een voorwerp aan boord van een schip sloopwerkzaamheden
te verrichten of doen verrichten met als doel om het schip uit de
vaart te nemen, tenzij het schip ligplaats heeft op of bij een
inrichting die
beschikt over een vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht.
**3..** Van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden wordt door de
kapitein, schipper of exploitant een melding gedaan aan de
havenmeester.
**4..** Het college kan van het in:
1°. het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen;
2°. het eerste lid gestelde verbod ontheffing of vrijstelling
verlenen; en
3°. het derde lid bepaalde vrijstelling verlenen.
Paragraaf 4
Artikel 4.14
Verrichten van werkzaamheden
Onderdeel van Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2012