Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.14

Verrichten van werkzaamheden

Onderdeel van Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2012

1.. aan boord van een schip werkzaamheden te verrichten of te doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid, de aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, tenzij: het schip ligplaats heeft op of bij een scheepswerf of herstellingsinrichting aan welke een vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; of het schip geen ligplaats heeft op of bij een scheepswerf of herstellingsinrichting waarvoor een vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; en 1°. per scheepsbezoek aan de haven de te verrichten werkzaamheden ten hoogste drie dagen in beslag nemen; 2°. er door de werkzaamheden geen gevaar, schade of hinder kan ontstaan. Dit betekent onder meer dat: voor zover de werkzaamheden plaatsvinden op of aan een schip gelegen in een oliehavengebied, het geen werkzaamheden betreft ten gevolge waarvan vonkvorming naar de buitenlucht optreedt of kan optreden dan wel het geen werkzaamheden betreft die betrekking hebben op de bedrijfsgereedheid; de werkzaamheden ten minste 25 meter verwijderd zijn van gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal; 3°. voor zover de werkzaamheden plaatsvinden op een tankschip of aan of in een brandstoftank van een schip, er voor de reparatiewerkzaamheden door een gasdeskundige een Veiligheids- en Gezondheidsverklaring als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenregeling is afgegeven voor de uit te voerenwerkzaamheden; 4°. doelmatige brandblusmiddelen en personen die met het gebruik van die middelen bekend zijn beschikbaar zijn. 2.. Het is voor een ieder verboden om aan, buitenboord of onder een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip sloopwerkzaamheden te verrichten of doen verrichten met als doel om het schip uit de vaart te nemen, tenzij het schip ligplaats heeft op of bij een inrichting die beschikt over een vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3.. Van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden wordt door de kapitein, schipper of exploitant een melding gedaan aan de havenmeester. 4.. Het college kan van het in: 1°. het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen; 2°. het eerste lid gestelde verbod ontheffing of vrijstelling verlenen; en 3°. het derde lid bepaalde vrijstelling verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel