Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.8

Artikel 4.8

Onderdeel van Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2012

1.. Het is verboden om een zeeschip te bunkeren, tenzij aan boord van de bij het bunkeren betrokken schepen wordt zorggedragen dat voordat met het bunkeren wordt begonnen de bunkercontrolelijst: volledig, positief en naar waarheid is ingevuld; en is ondertekend door de voor het bunkeren verantwoordelijke personen. 2.. Aan boord van de bij het bunkeren betrokken schepen wordt: tijdens het bunkeren het gestelde in de bunkercontrolelijst nageleefd; en het bunkeren onmiddellijk gestopt als het gestelde in de bunkercontrolelijst niet wordt nageleefd. 3.. De bunkercontrolelijst wordt tijdens en tot vierentwintig uur na het einde van de bunkering aan boord van de bij het bunkeren betrokken schepen gehouden. 4.. Indien meer dan één bunkerschip betrokken is bij de aanlevering van een partij brandstofolie of smeerolie vult de verantwoordelijke persoon van ieder bunkerschip een afzonderlijke bunkercontrolelijst in, die wordt ondertekend door de voor het bunkeren verantwoordelijke personen. 5.. Van het bunkeren wordt door de schipper van het bunkerschip aan de havenmeester een melding gedaan. 6.. Het college kan van in het eerste lid gestelde verbod en van het in het vijfde lid bepaalde vrijstelling verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel