**1..** Het college stelt nadere regels met betrekking tot de volgende onderwerpen:
de voorwaarden waaronder schepen zich in een oliehavengebied mogen bevinden, welke voorwaarden betrekking kunnen hebben op activiteiten die in een oliehavengebied plaats vinden of op eisen waaraan schepen of bemanning moeten voldoen, wanneer zij in het oliehavengebied verblijven;
de aanwezigheid van een tankschip met gevaarlijke stoffen buiten een oliehavengebied;
het behandelen van gevaarlijke of schadelijke stoffen in bulk;
het schoonmaken van scheepsruimtes die een gevaarlijke of schadelijke stof bevatten;
de voorwaarden waaronder het langszij afmeren bij tankschepen met gevaarlijke stoffen plaatsvindt;
de aanvraag van een vergunning om scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen van schepen in ontvangst te mogen nemen;
de erkenning aan bootliedenorganisaties;
de verplichtingen waaraan bootmannen moeten voldoen;
het ligplaats nemen van schepen waarvan de lading met ontsmettingsmiddelen is behandeld, en het uitvoeren van operationele handelingen aan boord van deze schepen;
de gegevens die schepen moeten melden, het bestuursorgaan waaraan gemeld wordt, het tijdstip en de wijze van de melding.
het LNG-bunkeren;
het in werking hebben van een drijvende LNG-aangedreven elektriciteitsvoorziening.
**2..** Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de volgende onderwerpen:
het ligplaats nemen binnen een nader te bepalen afstand tot een kwetsbaar object door een schip dat geladen is met gevaarlijke stoffen in verpakking;
het ligplaats nemen op een specifieke ligplaats.
Paragraaf 5
Artikel 5.1
Het stellen van nadere regels door het college
Onderdeel van Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2012