Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Beleidsregels Leerlingenvervoer gemeente Roerdalen

Ouders Beleidsregel 1 - Co-ouderschap Om aanspraak te maken op bekostiging van leerlingenvervoer moeten beide ouders afzonderlijk, voor de dagen dat het kind doordeweeks bij hen verblijft, een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woonachtig is. Het moet gaan om vaste dagen in de week. Leerling Beleidsregel 2 - Asielzoekerskinderen Op basis van de “Richtlijn schoolvervoer asielzoekers” betaalt het asielzoekerscentrum (AZC) het vervoer voor de kinderen die in het AZC verblijven. De gemeente betaalt het vervoer voor asielzoekerskinderen die niet in een AZC verblijven. Beleidsregel 3 - Illegale kinderen Kinderen hebben recht op onderwijs en voortvloeiend hieruit ook op leerlingenvervoer. Scholen en gemeenten hoeven leerplichtige leerlingen niet te vragen naar de verblijfsstatus. Het feitelijke verblijfadres is hierin leidend. Beleidsregel 4 - Hoogbegaafde kinderen Deze leerlingen kunnen met de juiste begeleiding en het juiste lesmateriaal, op een reguliere school het bij hen passende onderwijs krijgen. Voor de bepaling of deze begeleiding en materialen daadwerkelijk beschikbaar zijn op de dichtstbijzijnde school, wordt contact opgenomen met de betreffende onderwijsstichting. Deze stichting weet of een school de beschikbare verrijkingsmaterialen in haar leerplan heeft opgenomen. Vervoer naar zogenaamde verdiepingsklassen (plusklassen) vergoedt de gemeente niet. Woning Beleidsregel 5 - Tweede verblijfadres In deze is het niet relevant in welke gemeente het kind staat ingeschreven. Maximaal 2 adressen worden geaccepteerd als structurele verblijfsplaats. Structureel betekent in dit verband dat er sprake moet zijn van een vast en wekelijks terugkerend patroon (denk bijvoorbeeld aan een naschoolse opvang of orthopedisch behandelinstituut). Het kind kan dus aansluitend aan de schooltijden vervoerd worden naar een tweede adres. De voorwaarden daarvoor zijn: Er wordt voldaan aan het afstandscriterium in de verordening. Het 2e adres is in te plannen binnen de bestaande route. Het vervoer van dit tweede adres naar het eerste adres wordt niet vergoed. Beleidsregel 6 - Tijdelijk verblijfadres Indien de leerling verblijft in een andere gemeente gedurende een kortere periode dan 8 weken en zijn eigen school blijft bezoeken, dan zal de gemeente Roerdalen het leerlingenvervoer voor de duur van maximaal 8 weken blijven bekostigen op basis van de eigen verordening. Indien het verblijf een langere periode in beslag neemt wordt geen vergoeding meer verstrekt. Eventueel dient er een nieuwe aanvraag voor leerlingenvervoer te worden gedaan bij de gemeente waar het kind gedurende die periode verblijft. Een andere gemeente hoeft dit beleid niet te hanteren. In dat geval is de gemeente waar de leerling feitelijk (kortdurend) verblijft de gemeente die het vervoer van de leerling moet bekostigen. Afstand Beleidsregel 7 - Auto Voor het bepalen van de afstand tussen het woonadres en het schooladres wordt gebruikgemaakt van de routeplanner op www.anwb.nl/auto. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de optie “kortste route”. Als de gemeten afstand minder is dan 100 meter onder de in de verordening gehanteerde afstandsgrens is, dan wordt een tweede meting uitgevoerd met de routeplanner van www.classic.routenet.nl/auto (kortste route). Deze tweede meting bepaalt of er al dan niet een bekostiging van leerlingenvervoer plaatsvindt. Beleidsregel 8 - Fiets Voor niet-gehandicapte leerlingen wordt de afstand gemeten over de voor fietsers toegankelijke openbare wegen en paden. De afstand wordt gemeten met de routeplanner www.anwb.nl/fiets. Als de gemeten afstand < 100 meter onder de in de verordening gehanteerde afstandsgrens ligt, wordt een tweede meting uitgevoerd met de routeplanner van www.classic.routenet.nl. Deze tweede meting bepaalt of er al dan niet een bekostiging van leerlingenvervoer plaatsvindt. Als de afstand tussen de woning en school korter is dan het voor de leerling geldende afstandscriterium (zes kilometer), wordt er bij de beschikking op de aanvraag een uitdraai meegestuurd. Als tijdens de afhandeling van een aanvraag de vraag aan de orde komt of een kind, dan wel de ouder het vervoer naar school per fiets kan doen, gelden de volgende uitgangspunten: 4 jaar tot en met 8 jaar het kind 4 km, de ouder met kind achterop 6 km 9/10 jaar het kind 6 km, de ouder met kind achterop 6 km 11 jaar en ouder het kind 8 kilometer Beleidsregel 9 - Te voet Als tijdens de afhandeling van een aanvraag de vraag aan de orde komt wat van een leerling verwacht mag worden als het gaat om de afstand die een leerling lopend moet kunnen afleggen, dan gelden de volgende uitgangspunten: looptijd t/m 8 jaar maximaal 20 minuten 9 jaar en ouder maximaal 30 minuten Belangrijk is wel dat de route voor de betreffende leerling veilig is. Niet alleen verkeersveilig, maar ook sociaal veilig. Is de omgevingssituatie verantwoord om een leerling langs een bepaalde route te laten gaan (bijvoorbeeld een eenzame bosweg of tunnel). Openbaar vervoer Beleidsregel 10 – Bepalingen openbaar vervoer Voor de bepaling van de reistijd met het openbaar vervoer wordt gebruik gemaakt van de dienstregeling zoals vermeld via www.9292.nl. Voor openbaar vervoer gelden de volgende richtlijnen: De leerlingen dienen van huis naar een bushalte te lopen/fietsen/worden gebracht. De afstand woning ↔ bushalte en bushalte ↔ school bedraagt maximaal 1.200 meter. De aankomsttijd van het openbaar vervoer moet zodanig zijn dat de leerling maximaal 15 minuten voor aanvang van de lessen op school aankomt. Aan het einde van de schooldag mag de wachttijd tot de opstaptijd van het openbaar vervoer langer zijn. Voorwaarde is dan wel dat de leerling op school kan verblijven en de reistijd tussen het einde van de school en de aankomst thuis niet meer bedraagt dan 1,5 uur. Begeleiding naar de bushalte en in het openbaar vervoer is een verantwoordelijkheid van de ouder(s)/verzorger(s) zelf. Aangepast vervoer Beleidsregel 11 – Combinatiemogelijkheden In het aangepast vervoer mogen de volgende combinaties gemaakt worden: ZMOK-leerlingen alleen met ZMOK-leerlingen en ZMLK-leerlingen alleen met ZMLK-leerlingen. Een uitzondering geldt voor de volgende situatie: als ZMOK- en ZMLK- leerlingen op dezelfde locatie zitten mogen deze onderling wel gecombineerd worden. Verder zijn er geen beperkingen aan combineren, mits dit niet in tegenspraak is met de eisen en voorwaarden die aan het vervoer zijn gesteld. Wel wordt rekening gehouden met eventuele specifieke vervoerskenmerken van een leerling. Voor de leerlingen die aan huis worden opgehaald wordt zo veel mogelijk gewerkt met een vaste combinatie zodat een stabiele situatie ontstaat voor de leerling. Reistijd Beleidsregel 12 – Afwijkende schooltijden Uitsluitend wanneer een leerplichtige leerling vanwege een structurele handicap slechts een deel van het onderwijsprogramma kan volgen, dient in voorkomend geval wel tijdens de schooltijd vervoerd te worden. Dit geldt alleen wanneer er een gedeeltelijke ontheffing van de leerplicht is verleend. Bij gewijzigde eindtijden door ziekte of anderszins, zijn de ouders verantwoordelijk voor het vervoer. Voor lesuitval geldt: vervoer wordt op een afwijkende tijd geleverd indien er sprake is van uitval van meer dan 2 lesuren. Opstapplaats Beleidsregel 13 – Bepalingen opstapplaats Alle leerlingen worden aan huis opgehaald tenzij een leerling de indicatie “opstapplaats” heeft. Aan huis ophalen betekent dat de leerling opgehaald dient te worden bij de voordeur. Bij een flat of instelling geldt de hal of centrale receptie als ophaalplek. Leerlingen met de indicatie “opstapplaats” worden per definitie op een opstapplaats opgehaald en afgezet. De vervoerder bepaalt in overleg met de gemeente de ligging van de opstapplaatsen. De volgende eisen worden gesteld aan opstapplaatsen: De leerlingen dienen van huis naar een opstapplaats te lopen/fietsen/worden gebracht. De afstand van tussen woning ↔ opstapplaats bedraagt maximaal 1.200 meter. De opstapplaats dient, zo mogelijk, een bushalte te zijn. Instappen geschiedt altijd aan de rechterkant van de weg. De opstapplaats dient veilig, overzichtelijk en veilig bereikbaar te zijn, en te hanteren opstapplaatsen worden bepaald in overleg (gemeente ↔ vervoerder). Begeleiding naar de opstapplaats is een verantwoordelijkheid van de ouders zelf.

Rechtspraak bij dit artikel