Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
1. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door het college goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies van financieel adviseur wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij;
2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;
3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.