**1..** In het kader van brandpreventie gelden de volgende regels:
elektrische gloeilampen dienen zo te worden gemonteerd dat zij niet in aanraking kunnen komen met gemakkelijk brandbare stoffen;
losse kabels moeten zich op een hoogte van ten minste 2,5 meter boven de grond bevinden of de kabels die in de looppaden op de grond liggen, moeten afgedekt worden met afdekmatten, dit ter goedkeuring van de marktmeester. Verder dienen elektriciteitkabels van deugdelijke kwaliteit te zijn en bij gebruik volledig van de haspel te zijn afgerold;
bij elke gelegenheid waar gebakken of gebraden wordt, moet een doelmatig blusapparaat alsmede een deksel voor afsluiting van de pan(nen) aanwezig zijn (bijvoorbeeld koolzuur sneeuwblusser met een vulling van 6 kilogram of een poederblusser met een vulling van ten minste 6 kilogram;
een gaskomfoor of een elektrisch komfoor moet zijn opgesteld op een plaats van onbrandbaar materiaal dat de warmte slecht geleidt;
een gaskomfoor moet door middel van een speciaal daarvoor geconstrueerde rubberslang met metalen klemmen of koppelingen aan de gasflessen zijn verbonden;
lege of niet in gebruik zijnde gasflessen moeten buiten een kraam of wagen zijn opgesteld. In gebruik zijnde flessen moeten op een goed geventileerde plaats zijn opgesteld;
emballage en verpakkingsmateriaal mag niet in of nabij open vuur aanwezig zijn;
ballons met brandbaar gas gevuld, mogen niet aanwezig zijn;
het gebruik van LPG anders dan brandstof voor motorvoertuigen is niet toegestaan;
de zeilen (tentdoek) dienen te voldoen aan de DIN 4102/B1-B2. de normering M1-M2 is altijd terug te vinden in de randen van het tentdoek. Bij gebruik van tentdoek welke voldoet aan de norm dient er een (kopie)certificaat aanwezig te zijn.
**2..** Het gebruik van kook- en bakinstallaties en van verwarmingsapparatuur is alleen toegestaan na verleende goedkeuring.