Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Vaststellen van de aflossingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregel Terugvordering en Verhaal WWB, WIJ, IOAW EN IOAZ

Voor de vaststelling van de aflossingsverplichting gelden de volgende regels: Een aflossingsverplichting is alleen aan de orde wanneer de vordering niet in één keer kan worden voldaan. De hoogte van de maandelijkse aflossing wordt vastgesteld aan de hand van een draagkrachtberekening voor terugvordering. Om redenen van efficiëntie kan de werkwijze als genoemd onder b achterwege blijven wanneer de door de belanghebbende voorgestelde aflossing er toe zal leiden dat de vordering binnen drie jaar kan zijn afgelost. In geval van bijzondere persoonlijke omstandigheden stellen het college het aflossingsbedrag individueel vast. Het individueel vaststellen van het aflossingsbedrag is alleen mogelijk als zich in het concrete geval bijzondere omstandigheden voordoen die het bijstellen van de hoogte van de aflossing noodzakelijk maken. In het geval dat belanghebbende geen informatie (meer) wenst te verstrekken omtrent zijn financiële situatie, wordt de (restant) vordering volledig opeisbaar gesteld en wordt de hoogte van de maandelijkse aflossing door het college vastgesteld. Het vastgestelde aflossingsbedrag en duur daarvan wordt telkens eens per drie jaar opnieuw beoordeeld.

Rechtspraak bij dit artikel