Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Bevoegdheid college

Onderdeel van Verordening Startersleningen Pijnacker-Nootdorp 2013

Het college is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, een Starterslening toe te kennen. Het college stelt de hoogte van de Starterslening vast, met dien verstande dat de hoogte van de Starterslening maximaal 20% bedraagt van de verwervingskosten met een maximum van € 35.000,- . De totale verwervingskosten kunnen niet meer bedragen dan € 240.000,-. Het college wijst, zo nodig op advies van SVn, een aanvraag Starterslening af, in geval er sprake is van stapeling met andere koopinstrumenten, (rente)kortings- of financiële regelingen, die strijdig zijn met de Starterslening en/of de belangen aantasten van aanvrager, NHG of eerste geldverstrekker. Zowel de eerste hypotheek als de Starterslening moeten worden verstrekt met NHG. Zonder bijdrage in de starterslening van de deelnemende partij zoals aangegeven in de staffel (zie bijlage bij deze verordening) kan geen aanspraak op deze verordening worden gedaan. Het college is bevoegd de bedragen in de staffel aan te passen indien een wijziging plaatsvindt in de hoogte van de Starterslening als bedoeld in het tweede lid. Het college kan aan de toekenning van Startersleningen nadere voorschriften verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel