**1..** De daartoe door het algemeen bestuur aangewezen functionaris stelt vóór 15 mei volgend op het dienstjaar de ontwerp-rekening op en biedt deze aan het dagelijks bestuur aan. Het boekjaar is daarbij gelijk aan het kalenderjaar. De rekening en de daarbij behorende bescheiden dienen te zijn ingericht overeenkomstig de gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften. Bij de rekening is gevoegd een specificatie van de door elk van de deelnemende gemeenten verschuldigde bijdrage.
**2..** Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 mei de rekening met de daarbij behorende bescheiden aan de raden van de deelnemende gemeenten, aan het algemeen bestuur alsmede ter controle aan de deskundige als bedoeld in artikel 35.
**3..** De raden kunnen gedurende twee maanden na ontvangst van de desbetreffende rekening hun opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van het algemeen bestuur.
**4..** Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening en de eventuele opmerkingen van de raden en stelt deze vóór 15 juli daaropvolgend vast.
**5..** Van de vaststelling van de rekening geeft het dagelijks bestuur terstond kennis aan de raden en aan gedeputeerde staten doch in ieder geval vóór 15 juli daarop volgend.
**6..** De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur en de daartoe door het algemeen bestuur aangewezen functionaris tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
**7..** Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 32 lid 5 van de regeling bepaalde en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats binnen drie maanden na vaststelling van de rekening.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf
Artikel 34:
Artikel 34:
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling VeiligheidsRegio Kennemerland