Naar hoofdinhoud
1.. Aan het hoofd van het werkvoorzieningschap staat een algemeen bestuur, te vormen uit de gemeentebesturen. 2.. Iedere raad benoemt uit zijn midden één lid voor elke 20.000 inwoners of gedeelte daarvan met een maximum van vijf leden en benoemt voorts op voordracht van zijn college uit het midden van het college één lid. 3.. De leden van het algemeen bestuur worden benoemd voor een periode van vier jaar, welke gelijk loopt aan het tijdvak van de zittingsduur van de leden van de raad. 4.. Degene die ophoudt lid te zijn van het orgaan waaruit diegene is benoemd, verliest tevens het lidmaatschap van het algemeen bestuur. 5.. De benoeming van de leden van het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van de raden der deelnemend gemeenten in nieuwe samenstelling, te houden op de dag met ingang waarvan de leden van de raad in oude samenstelling aftreden. 6.. De leden van het algemeen bestuur treden tegelijk af op de dag waarop de leden van de raden der deelnemend gemeenten aftreden. Zij blijven, behoudens voor het geval als bedoeld in het derde lid van dit artikel, lid van het algemeen bestuur tot in hun opvolging is voorzien. 7.. Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 8.. De benoeming ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvallen, vindt plaats binnen één maand na dat openvallen. 9.. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede de raad die hen heeft benoemd, op de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel