Naar hoofdinhoud
1.. In de vergadering van het algemeen bestuur heeft ieder lid één stem. 2.. De leden onthouden zich van meestemmen over de zaken, benoemingen, schorsingen en ontslagen inbegrepen, die hen, hun echtgenoten, of hun bloed- of aanverwanten, tot en met de derde graad, persoonlijk aangaan, of waarin zij als gelastigde zijn betrokken. Een benoeming wordt geacht iemand persoonlijk aan te gaan, wanneer hij behoort tot die personen, tot welke de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. 3.. De leden zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in vergaderingen hebben gezegd of aan haar schriftelijk hebben overgelegd. 4.. De vergadering van het algemeen bestuur wordt niet gehouden, indien blijkens de presentielijst niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is opgekomen. Wanneer het vereiste aantal leden niet is opgekomen, wordt een nieuwe vergadering belegd, op de in artikel 7 voorgeschreven wijze. Evenwel behoeven er slechts vier en twintig uren tussen de bezorging van de uitnodigingen en het uur der vergadering te verlopen. Wanneer ook dan het vereiste aantal niet is opgekomen, geschiedt het beleggen der vergadering andermaal op dezelfde wijze, met aanhaling in de uitnodigingen van de bepalingen van dit artikel. In deze vergadering is de stemming geldig, ongeacht het aantal leden dat eraan heeft deelgenomen. 5.. Over alle zaken wordt mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, doch bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, bij gesloten en ongetekende briefjes. Indien bij het nemen van een besluit over een zaak door geen der leden stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. 6.. Een stemming is nietig, indien niet meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van meestemmen moet onthouden, aan de stemming heeft deelgenomen. Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, worden leden die blanco briefjes ingeleverd hebben, voor de toepassing van dit lid geacht aan de stemming te hebben deelgenomen. 7.. Een stemming is geldig, ongeacht het aantal leden, dat eraan heeft deelgenomen, ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen, ten aanzien waarvan in een vroegere vergadering een stemming op grond van het bepaalde in het zesde lid nietig was. Hetzelfde geldt in een vergadering als bedoeld in het vierde lid van dit artikel. 8.. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming, wordt de volstrekte meerderheid vereist van de leden, die aan de stemming hebben deelgenomen. Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, worden leden die blanco briefjes ingeleverd hebben, voor de toepassing van dit lid geacht niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 9.. Bij het staken van stemmen, wordt het nemen van het besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. In deze, en evenzo in een voltallige vergadering, wordt, bij staken van stemmen, het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Ingeval omtrent het benoemen, voordragen of aanbevelen van personen de stemmen bij herstemming staken, beslist terstond het lot.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel